We gaan nog niet naar huis! Dat zongen we, uit volle borst. Maar uiteindelijk gingen we natuurlijk wèl naar huis. Alleen gaan we toch ook weer iedere zomer weg. Met vakantie. Niet alleen de foto-albums staan er bol van, ook de archieven van Het Instituut voor Beeld en Geluid.
U luistert naar de zomers van vroeger. Ze worden bezongen in liedjes, voorgedragen, bejubeld, verafschuwd.
De vakantiefolders, de schelpenpaadjes van Schiermonnikoog, de kwaliteit van Oostenrijkse aardappels, pech onderweg, verbrande badgasten in Katwijk, de opkomst van de draagbare radio: Op dit luisterboek komt het allemaal aan de orde.
Presentatie: Cees van Ede
Met: De Familie Doorsnee, Brigitte Kaandorp, Godfried Bomans, Jan Wolkers, Lévi Weemoedt, Jules de Corte, Jos Ghysen, Arie Kleijwegt, Hans Dorrestijn, De Stratemakeropzeeshow en De Fabeltjeskrant.
We gaan nog niet naar huis! - Luistergoed is een uitgave ter gelegenheid van de Week van het Luisterboek 2008.
Inhoud
We beginnen heel chic in het Amsterdamse Concertgebouw, waar op 21 april 1956 een speciale aflevering van De Familie Doorsnee werd opgenomen. Die allereerste, oer-Hollandse soapserie, geschreven door Annie MG Schmidt, hield zes jaar lang de luisteraars aan hun radiotoestel gekluisterd. Een publiekslieveling was de door Hetty Blok gespeelde Tante Sjaan, die voor geen goud naar het buitenland wilde en haar vakanties het liefst gewoon in Holland doorbracht.
Hetty Blok – Ik hoef niet naar het Lago Maggiore.
Toen Brigitte Kaandorp in 2006 een Gouden Harp ontving –in haar geval had dat eigenlijk een ukelele moeten zijn- prees de jury vooral ‘haar enorm relativerende teksten, waarin haar onhandigheid sterk is uitvergroot’. Intussen had ze, volgens de jury, wel ‘een sublieme timing en een hartverwarmend improvisatietalent’, dus zo onhandig is La Kaandorp nu ook weer niet. En dat is al heel lang zo. In 1996 struikelde Brigitte Kaandorp geraffineerd door een vakantieverhaal heen, over een storm op het IJsselmeer.
Brigitte Kaandorp – Storm op het IJsselmeer.
Godfried Bomans heeft meer dan 60 boeken geschreven en in vele daarvan wordt de Nederlandse mentaliteit op een milde, ironische wijze bespot. En nergens anders laat een Hollander zich meer kennen van z’n wat kneuterige kant, vond Bomans, als in het buitenland. Zelf moest hij ook niet veel hebben van vakantie. ‘Men gaat op reis om thuis te komen’, had hij ooit bedacht. Zijn korte verhaal Kruimige aardappels dateert uit 1966.
Jan Wolkers was er heilig van overtuigd dat het ervaren van een geluksgevoel altijd samenhangt met de herinnering aan een geluksbeleving uit de kindertijd. Voor hem speelde die zich af in Oegstgeest, in de jaren’ 30 van de vorige eeuw, een tijd van armoe en gebrek, en dat gold zeker voor een gezin met elf kinderen.
Desondanks moeten zelfs de meest spectaculaire en exotische plekken ter wereld, door Wolkers op latere vakanties bezocht, het afleggen tegen de groene bospaadjes met sterrenmos en de heldere sloten uit zijn jeugd.
De man met de mooiste en meest toepasselijke, zelfbedachte naam in de Nederlandse literatuur is waarschijnlijk de dichter/schrijver Levi Weemoedt. Met d-t.
In 1977 debuteerde hij met de bundel Geduldig Lijden en dat zette de toon voor vrijwel al zijn toekomstig werk.
‘Ik ben getrouwd met Treurigheid, woon samen met verdriet
Krijg soms bezoek van Eenzaamheid, maar helpen doet dat niet.’
Diezelfde blijmoedigheid klinkt door in een verhaal uit 1993 over een vakantie met zijn ouders in Sauerland.
Levi Weemoedt – Vakantie in Sauerland.
‘Misschien dat ik antiek ben’ zong Jules de Corte al in 1960 in het nummer Draagbare Radio’s en dat ís ook wel een beetje zo, maar toch was hij vele jaren lang een succesvolle en geliefde Nederlandse liedjeszanger. Gerrit Komrij heeft hem ooit prachtig getypeerd: ‘Jules de Corte is een blinde zanger, geliefde gast in ethische praatprogramma’s, daar hij alles scherp ziet. De snelwandelaar van het levenslied.’ En als je de draagbare radio’s uit zijn lied vervangt door mobiele telefoons, dan is zijn tekst plotseling toch ook weer heel erg actueel.
Jules de Corte – Draagbare radio’s.
In Nederland heeft de naam Jos Ghysen misschien niet zo’n bekende klank, maar voor onze zuiderburen geldt hij als een onvervalste BBV-er: een Bejaarde Bekende Vlaming. Hij heeft die reputatie opgebouwd als schrijver van romans, verhalen en columns, maar vooral als presentator van succesvolle radioprogramma’s en tv-spelletjes voor de BRT. Na zijn pensionering zette hij z’n werk vrolijk voort bij de commerciëlen en hoewel inmiddels al dik in de tachtig heeft hij tegenwoordig een eigen blog op internet. En dat Jos Ghysen mooie verhalen kan vertellen, bewees hij al in 1975.
Jos Ghysen – Een ontmoeting in Paraguay.
Twintig jaar lang was Arie Kleywegt directeur van de VPRO-televisie, uitgerekend in de periode waarin de dominees het veld moesten ruimen en een club van jonge, linkse, vrijgevochten programmamakers het voor het zeggen kreeg. De gouden VPRO-jaren. Zelf was hij ooit begonnen als journalist, eerst bij de krant en later voor de radio. Na die twintig tropenjaren bij de televisie vatte Arie Kleywegt op latere leeftijd zijn liefde voor de radio weer op en was zijn sonore stemgeluid regelmatig te horen, bijvoorbeeld met het verhaal van een krokusvakantie op Schiermonnikoog.
Arie Kleywegt – Krokusvakantie op Schiermonnikoog.
Toen Levi Weemoedt in 1978 de schrijver/dichter Hans Dorrestijn ontmoette ging er een warm schokje van herkenning door beide heren en ontstond er spontaan een nieuwe stroming in de lichte letteren: de ‘nieuwe treurigheid’. Want als het om zwaarmoedigheid ging, stond ook Hans Dorrestijn zijn mannetje. Ze hebben ook nog een poosje sámen op het toneel gestaan, maar dat was toch eigenlijk iets te gezellig, en dus sloeg elk van de twee weer z’n sombere eigen weg in. Hans Dorrestijn bezingt ‘Vaders vakantie’.
Hans Dorrestijn – Vaders vakantie.
Nee, op opvoedkundig gebied is Hans Dorrestijn geen hoogvlieger. Dat geldt wel voor Joost Prinsen, die als docent op de Kleinkunstacademie vele jonge cabaretiers op hun weg naar succes heeft geholpen. Trouwens, zelf heeft Prinsen over talent ook niet te klagen: als acteur, zanger, schrijver en presentator blijkt hij een veelzijdig mens. Desondanks blijft Joost Prinsen altijd een beetje de uitstraling houden van een “eenzame kojboj”.
Joost Prinsen – De eenzame kojboj.
In 2005 werd De Fabeltjeskrant verkozen tot het beste kinderprogramma aller tijden. Ooit begonnen als een eigentijdse variatie op de Fabels van La Fontaine, ontwikkelde het programma zich razendsnel tot een vriendelijke persiflage op het leven zelf. De Nederlandse samenleving kreeg een lachspiegel voorgehouden, waarin al haar hebbelijkheden en onhebbelijkheden werden vertekend en uitvergroot. Zodra de zon gaat schijnt begint het bij sommigen van ons te kriebelen en willen we er meteen op uit. In Fabeltjesland is dat niet anders.
Godfried Bomans (1913-1971) was vele jaren de meestgelezen schrijver van Nederland. Hij heeft meer dan 60 boektitels en vele andere geschriften op zijn naam staan. De literaire kritiek weet nog altijd niet goed wat ze met hem aan moet. Zijn werk is moeilijk onder één noemer te brengen, maar hij was zeker een groot stilist. Hij heeft bij zijn leven nooit veel officiële erkenning gekregen. Het werk van Bomans heeft steeds weer als kenmerk wendbaarheid, een groot gevoel voor humor en een onverslijtbare ironie. Bomans kon zowel zeer ernstig als zeer lichtvoetig schrijven.
Hij werd bij het grote publiek vooral populair door zijn roman Erik of het klein insectenboek (10 drukken in het verschijningsjaar 1941), en na de oorlog met de strip Pa Pinkelman in de Volkskrant, en weer wat later met zijn columns op de voorpagina van die krant, zijn stukken in Elsevier en zijn radio- en tv-optredens. In oktober 2000 deponeerde de weduwe van Godfried Bomans zijn archief in het Letterkundig Museum.
Godfried Bomans was een groot kenner van het werk van Charles Dickens. Hij speelde een belangrijke rol bij het tot stand komen van de vertaling in het Nederlands van het complete werk van Dickens, die in de vijftiger jaren van de twintigste eeuw in pocketvorm door Het Spectrum werd uitgegeven. De lang verwachte biografie van Dickens heeft hij echter nooit geschreven.
(Bron: Wikipedia)
Jan Wolkers (1925-2007) was niet alleen een verrassend origineel prozaschrijver en beeldhouwer, maar tevens een meeslepend verteller.
De ouders van Wolkers kwamen uit Amsterdam. Wolkers komt uit een gereformeerd milieu waar hij in zijn tienerjaren afstand van heeft genomen. De ouders van Wolkers hadden in totaal elf kinderen, waarvan hij de derde was. Vader Wolkers bezat vóór de Tweede Wereldoorlog een slecht lopende kruidenierswinkel.
Wolkers bezocht de mulo, maar moest al snel van school om te helpen in de winkel. Hij was daarna onder andere dierenverzorger in een laboratorium van de Universiteit Leiden, hij was tuinman en schilderde landschappen. In de oorlog dook Wolkers onder. Hij nam les aan de Leidse Schilderacademie, en ook typelessen. Daarbij haalde hij zijn enige diploma. Kort na de bevrijding woonde Wolkers in Parijs.
Tijdens zijn eerste huwelijk met Maria, in 1951, overleed dochtertje Eva (1949) door een ongeluk in bad. In hetzelfde huwelijk werden, behalve Eva, ook twee zoons geboren: Eric en Jeroen.
Wolkers studeerde voor beeldend kunstenaar in Den Haag en Amsterdam. In Amsterdam tot 1953 aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten. In 1954 volgde Wolkers de Internationale Sommerakademie für bildende Kunst te Salzburg. Daarvoor kreeg hij een beurs van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Hij kreeg er les van de Italiaanse beeldhouwer Giacomo Manzù. In 1957 kreeg hij een Franse beurs om bij de Zadkine te studeren in Parijs.
Het grootste literaire succes van Wolkers is de liefdesroman Turks Fruit (1969). Dit boek werd in 1973 door Paul Verhoeven verfilmd, met hoofdrolspelers Rutger Hauer en Monique van de Ven.
Vanaf 1981 woonde Wolkers in Westermient op Texel met zijn tweede vrouw Karina.
De gereformeerde afkomst van Wolkers komt veelvuldig terug in zijn romans. Verder kenmerken zijn romans zich door een grote openheid over seksualiteit; hij was een van de eerste literaire schrijvers die zo ver gingen. De eerste uitgever van Wolkers vond dat er te veel "vieze woorden" in zijn boeken stonden, en dat deze door Wolkers door Latijnse termen vervangen moesten worden. Wolkers vond dat zijn beschrijvingen voorkomen, en dat de expliciete beschrijvingen binnen zijn verhalen verantwoord waren.
De boeken van Wolkers zijn autobiografisch en de afgunst tegenover de (schoon)ouders speelt een grote rol.
Een ander thema dat veel voorkomt in het werk van Wolkers is de dood. Op zijn eerste schilderijen gebruikte hij ook het thema dood, dat waren bijvoorbeeld stillevens met schedels. Wolkers kwam vroeg in aanraking met de dood. Tijdens de Tweede Wereldoorlog overleed zijn oudste broer, Gerrit Jan Wolkers, op 22-jarige leeftijd aan difterie.
(Bron: Wikipedia)
Leen Valkenier (1924–1996) was een Nederlands scenarioschrijver.
Valkenier werkte lange tijd als redacteur van De Legerkoerier bij de legervoorlichtingsdienst, alsook als copywriter in de reclamewereld. In 1968 begon hij met het schrijven van de Fabeltjeskrant, dat hem grote roem bracht en waarvan in totaal 1650 afleveringen zouden worden uitgezonden. Bij het schrijven ervan werkte hij nauw samen met Frans van Dusschoten, Ger Smit en Elsje Scherjon, de acteurs die tekenden voor verschillende stemmen.
Valkenier schreef, samen met Renee van Utteren, ook de Paulus de Boskabouter-serie uit 1974, die geproduceerd werd door Chanowski Productions.
Zijn begin jaren 70 geschreven kinderprogramma De Woefs en Lamaars werd echter geen succes.
Verhalen, herinneringen, sprookjes en columns die Bomans voor bladen als de Volkskrant en Elsevier schreef en die Bomans met zijn welbespraaktheid en grote gevoel voor humor voor publiek en de AVRO-radio voorlas.
Op zijn eigen onnavolgbare wijze geeft Maarten van Rossem een overzicht van ons alomvattende verleden en toont de samenhang tussen wetenschapsgebieden die gewoonlijk zelden met elkaar in verband worden gebracht.
Het spannende, maar ook geestige verhaal over het recht op vergelding en het overschrijden van grenzen als de deuren naar een normale rechtsgang zijn dichtgeslagen.
Eerste deel in de internationaal zeer succesvolle Sara Linton-reeks, waarin Karin Slaughter bloedstollende spanning combineert met levensechte personages.
Een spannend en meeslepend verhaal met een universeel thema, met kinderen als volwaardige hoofdpersonen. Nu opnieuw uitgebracht nav de premiere van de film van Pieter Verhoeff op 16 juli 2008.
Leeftijd: 9+