Een meisje hoort fluitmuziek in het bos. Een oude man speelt fluit voor wie het horen wil, maar zijn muziek klinkt te zacht. Hij heeft grotere instrumenten nodig. Wat er dan allemaal gebeurt, hoor in dit sprookje. Leeftijd: 6+
Er dwaalt een meisje door het bos. Ze luistert naar de vogels. Opeens hoort ze muziek en ziet een oude man die op zijn fluit zit te spelen. Hij brengt haar terug naar het dorp en speelt daar voor wie het horen wil. Maar zijn fluitmuziek klinkt te zacht om iedereen te bereiken. Hij heeft grotere instrumenten nodig, indrukwekkender van klank. En wat er dan allemaal gebeurt met de oude muzikant, hoor in dit sprookje.
Rita Verschuur schreef het verhaal en leest het voor, Floor Minnaert componeerde de muziek.
Inhoud
Prelude
Ouverture
Een eindje buiten het dorp
Fluitthema 1-Als het werk was gedaan
Vroeg op een voorjaarsavond
Fluitthema 2-Even later liep de oude man naast het meisje
Na die avond zat de oude man voor het raam
Fluitthema 3
Op een vroege morgen
Fluitthema 4
Ik heb al die tijd op je gewacht
Fluitthema 5-Maar 's avonds in de herberg
Schalmeithema 1-Dit is een schalmei
Het kleine meisje stond al vroeg voor de herberg
Schalmeithema 2-De mensen tikten de maat met hun voet
Maar dat kon de kapelmeester van het dorp niet aanzien
Hoornthema-Muziekkoepel
De oude man liet de hoorn langzaam zakken
Fluitthema 6-Ze speelde er een liedje op
Het was niet eenvoudig voor de man
Serpentthema-Concours
Harpthema-Concours
Luitthema-Concours
Heliconthema 1-Concours
De mensen wachtten tot de koning zelf het woord nam
Heliconthema 2-Paleis
Elke dag genoot hij van een nieuw duizelingwekkend uitzicht
Heliconthema 3-Toen besefte de oude man
De zon stond al laag aan de hemel-Fluitthema 7-De melodie van het meisje
Over de auteur
Rita Verschuur (1935) is vooral bekend door de verhalen over haar eigen jeugd. Ze beschrijft wat ze meemaakte vanaf dat zij ongeveer vier jaar was en de Tweede Wereldoorlog begon. Ze vertelt erover alsof het allemaal pas gebeurd is.
Rita (Marguérite) Verschuur leerde door het werk van haar vader Zweden en de Zweedse taal kennen. Ze ging dan ook Zweeds studeren en maakte deze studie in Uppsala af. Daar leerde zij Egil Törnqvist kennen, met wie ze in 1960 trouwde (en van wie ze in 1983 gescheiden is). Nog in haar studententijd ging zij de boeken van Astrid Lindgren vertalen. Naast bijna het volledige werk van de beroemde Zweedse schrijfster vertaalt ze ook jeugdboeken van andere auteurs. Zij vertaalt ook omgekeerd uit het Nederlands in het Zweeds.
Al dat vertalen maakte het gevoel los dat zij zelf ook wel iets te zeggen had. In 1976 begon ze haar eigen verhalen op te schrijven. Ze schreef onder meer drie boeken over Heleen en Waldemar: Ze snappen er niets van, Wat je zegt ben je zelf en Kinderen en gekken.... Ook schreef ze een aantal sprookjesachtige verhalen, zoals Zwerftocht van een trollenkind en De fluit en de bombardon, een bundel met vreemde, wat magische verhalen.
In 1993 verscheen het eerste deel van een reeks boeken met herinneringen aan haar jeugd Hoe moet dat nu met die papillotten?. Dit was het eerste boek dat zij onder de naam Rita Verschuur uitbracht.
(Bron: Leesplein)
De kleine heks woont met haar raaf in een huisje diep in het bos. De kleine heks is pas 127 jaar oud en dat is heel jong voor een heks. Ze hekst heel wat gekkigheid... Leeftijd: 6+
De dieren uit het bos zijn bang voor de boze heks. Op een dag verdwijnt ze uit het bos. Maar oh... wat is het er dan saai. De dieren zijn blij als de heks terug is. Leeftijd: 6+
De ouders van Meda willen een oude familiefabriek nieuw leven inblazen. Maar dan moeten ze wel het recept hebben van een speciaal soort snoepjes. Leeftijd: 6+
Twee broers trekken ten strijde tegen de boze heerser Tengil, die de vreselijkste dingen doet en het land in zijn macht houdt. Zou het lukken de tiran te verslaan? Leeftijd: 9+