Jean Dulieu

Foto Jean Dulieu

Jean Dulieu is het pseudoniem (de Franse vertaling van zijn naam) van Jan van Oort (1921-2006). Oorspronkelijk was Jan van Oort concertmeester van de Nederlandse Opera en violist in het Concertgebouworkest. De muzikaliteit heeft hij van zijn vader, de concertzanger Hendrik van Oort. Van zijn grootvader Johan Braakensiek, die een bekend politiek tekenaar was, heeft hij zijn tekentalent geërfd.
In 1944, toen de activiteiten van het Concertgebouworkest stil kwamen te liggen, begon Jan van Oort op aanraden van zijn vrouw Kitty Sijmons met het tekenen van een kinderstripverhaal. Nadat in 1946 de eerste Paulusstrips in Het Vrije Volk geplubliceerd waren stopte Van Oort voorgoed met vioolspelen en werd tekenaar en schrijver.

Dat hij toch allereerst tekenaar is blijkt uit het feit dat hij éérst de tekeningen bij een verhaal maakte en daarna pas de tekst schreef. Deze werkwijze hanteerde hij zelfs voor het omvangrijke werk Paulus en de Eikelmannetjes. Van Oort zat iedere dag, klokslag acht uur, achter zijn schetsboek. Ook op zaterdag en zondag ging het tekenen door, hij tekende en schreef per dag twee krantenstrip afleveringen. "Zo hoop ik uiteindelijk één jaar voor te komen op de plaatsing zodat ik even tijd heb om een nieuw boek te maken." Zijn schetsboek had hij altijd binnen handbereik. Zelfs 's nachts en als hij op vakantie was, maar op vakantie tekende hij echt niet meer dan vijf uur per dag.

Zijn tekeningen weerspiegelden vaak de stemming waarin hij tijdens zijn werk verkeerde. Als hij op vakantie in de bergen was had hij sterk de neiging om een Paulus te tekenen die ontspannen op zijn rug in het gras lag en naar de vlinders keek. "Ben ik een dag vreselijk kwaad dan kun je er donder op zeggen dat Eucalypta weer eens een flink pak slaag oploopt. Dat is mijn manier van afreageren," zei hij in het blad Het Vaderland. Als Van Oort zo'n boze bui had, maakte hij 'van de gelegenheid gebruik' om, net zo lang als zijn kwaadheid duurde 'boze tekeningen' te maken. Soms vijftien achter elkaar. "De reserves sla ik op in mijn archief. Als ik voor mijn verhaal weer eens een kwaaie Eucalypta op Paulus nodig heb, hoef ik mij niet perse woest te gaan maken, maar put ik uit de voorraad."