Luuk Gruwez

Foto Luuk Gruwez

Luuk Gruwez (1953), woont sinds 1976 in Hasselt (B), waar hij tot 1995 werkzaam was in het kunstonderwijs. Hij brak voor het eerst door met de dichtbundel De feestelijke verliezer (1985). Daarop volgende bundels (Dikke mensen uit 1990 en Vuile manieren uit 1994) werden meermalen bekroond. In 1996 verscheen Bandeloze gedichten, een ruime bloemlezing van herziene gedichten uit de periode voor Vuile manieren.

In 1993 neemt Gruwez deel aan het Groot Dictee van de Nederlandse Taal in Den Haag en eindigt hij tweede, waardoor hij in de categorie Bekende Vlamingen en Nederlanders nog steeds geboekstaafd staat als de beste deelnemer ooit.

Pas sinds 1992 publiceert Gruwez ook min of meer autobiografisch proza: Het bal van opa Bing (1994) wordt bekroond met de Geertjan Lubberhuizenprijs voor het beste prozadebuut.

Eind 1998 verschijnt in de prestigieuze reeks Privé-domein Het land van de wangen. Een bundel columns komt najaar 1999 op de markt onder de titel Slechte gedachten. En een nieuwe dichtbundel, Dieven en geliefden, ziet eind september 2000 het licht.

Echte fictie publiceert de in de eerste plaats als dichter gecatalogeerde auteur in het voorjaar van 2002. Dan verschijnt namelijk De maand van Marie, een boek met vier monologen waarin telkens een vrouw centraal staat. Twee jaar later zien twee publicaties het licht: het prozaboek Een stenen moeder en de dichtbundel Allemansgek. 2007 is het jaar van een bundel ultrakorte verhaaltjes, prozagedichten eigenlijk, die gebundeld worden onder de titel Psilo. In 2008 verschijnt ten slotte Lagerwal, een poëziebundel die op algemeen gejuich wordt onthaald.

Gruwez wordt door het Vlaams Fonds voor de Letteren aangezocht voor het schrijven van het gedichtendagessay dat uiteindelijk op Gedichtendag het licht ziet onder de titel Pizza Peperkoek. Diezelfde dag wordt hij bekroond met de Herman de Coninck Publieksprijs voor het gedicht Moeders uit de bundel Lagerwal.